- Het is evident dat de kracht van de haaskleur recht evenredig
is met de lengte, dichtheid en structuur van de pels.
- Haaskleur is in feite hetzelfde als konijngrijs, maar bij deze kleurslag is
een grondkleurverwijderaar actief, waardoor er geen blauwe grondkleur aan de
buik zichtbaar is. Men noemt die grondkleurverwijderaar in de genetica de factor
w.
- De dekkleur en de tussenkleur worden door die factor bestookt met rood en
zodoende wordt het wit bij de wildkleur geeloranje gekleurd.
- Vosrood is de dekkleur met het grootste aantal roodfactoren. De puurste vorm
daarvan ziet men bij de Rode Nieuwzeelander. Vosrood in combinatie met de factor
zwart geeft roodbruin. Daarom is het beter de dekkleur bij haaskleur rossig
vosroodbruin te benoemen en de tussenkleur hevig vosrood.
- Evenals alle wildkleurigen berust Haaskleur op de bredebandfactor. Met andere
woorden wil dit zeggen dat de tussenkleur breder en warmer gekleurd moet zijn.
- De tussenkleur bepaalt voor een groot deel de dekkleur. De hevige rode kleur
van de tussenband straalt als het ware zijn vurigheid door naar het dek. Een
te zware ticking tast de roodheid en de brede band aan. Hierdoor wordt tevens
de dekkleur te donker.
- De ticking moet regelmatig geplaatst staan en de lengte van de ticking moet
overal even diep gaan op het dekhaar. Hierdoor voorkomt men golvende en rupstekening.
- De lacing (ticking op de oortoppen) mag zeker bij haaskleur niet te zwaar
aanwezig zijn. De lacing is een goede indicator voor de hoeveelheid ticking
aanwezig in het haaskleur.
- De grondkleur aan de borst vertoont nu en dan pigmentverlies. De krachtige
blauwe kleur kan daar soms wit zijn.
- De voorbeentjes moeten bij de kleurdwerg vrij zijn van ticking en schaduw.
- De tussenkleur moet zo rood mogelijk zijn! Tijden de keuring moet hier zwaar
aan getild worden. Veel dieren neigen naar een gelige tussenkleur.
- De grondkleur op dek is zuiver blauw. Hard blauw kunnen we niet verlangen
omdat anders het zwart in het dek terug toeneemt. Wel moet de grondkleur zuiver
zijn zonder witte haren.
- De buikkleur zou optimaal wit moeten zijn. Dit is utopisch want dan verliest
men de factor w en krijgt men terug konijngrijs. Een gelijkmatige roomkleurige
buikkleur is zeer goed accepteerbaar. Te rode buiken streng bestraffen.
- De grondkleur aan de buik moet wit zijn. Blauwe grondkleur is foutief.
- De nagels zijn zwartachtig en dit geeft meestal geen problemen.
- De ogen zijn donkerbruin en dit geeft bij deze kleurslag meestal geen afwijkingen.
- De snorharen zijn zoals bij konijngrijs zwart van kleur.