Het verloop na de geboorte

Het zogen

Na een korte dracht van 31 dagen komen de konijntjes ter wereld. Ze worden naakt geboren. Niet zoals bijvoorbeeld bij een kat, waar de dracht langer duurt en de kittens al met haar worden geboren.
Om te overleven zijn de pasgeboren konijntjes (lampreien) vrijwel volledig afhankelijk van hun moeder.
Het is dan ook zeer belangrijk, dat ze in een warm nest terechtkomen en dat de groep groot genoeg is, zodat ze zich aan elkaar kunnen opwarmen. Dit is helaas niet altijd het geval bij onze dwergen.
De ontwikkeling en de groei zijn spectaculair. Na een week zijn het al mini konijntjes, op drie weken huppelen ze rond en is hun gewicht is vijf maal zo groot als bij de geboorte.
Deze snelle ontwikkeling is pas mogelijk als de voedster over zeer veel melk beschikt.
Wanneer de jongen vroeger het nest verlaten is dit meestal te wijten aan een te lage melkproductie bij de voedster, of door een te hoge temperatuur in het nest.
In regel zoogt de voedster haar jongen slechts éénmaal per dag, zoals in het wild. Daar laat de voedster de jongen zuigen en sluit daarna de pijp waar ze inzitten af tot de dag nadien, om de jongen te beschermen tegen roofdieren.
Wanneer men bij het kweken nestkastjes gebruikt, kan men dit ook zien. Alles wordt goed afgesloten, zodat men zich afvraagt hoe de jongen kunnen overleven.
In de vroege morgen of in de valavond begeeft de voedster zich naar haar nest om de jongen te zogen. Dit hebben onze tamme konijnen zo van de natuur mee gekregen.
Het zogen neemt verschillende minuten in beslag, afhankelijk van de melkgift. Het zogen is vermoeiend voor de kleine konijntjes. Het is niet mogelijk om twee à drie minuten aan een stuk te zuigen, de jongen wisselen dan ook elkaar af. Hier zijn ook de sterksten de baas. Het verschil is soms goed zichtbaar.

Aantal tepels

De meeste voedsters hebben vier paar tepels, er zijn uitzonderingen met vijf paar. Soms zijn niet alle tepels productief .
Uit ondervinding weet ik, dat wanneer de jongen te lang bij de voedster blijven, er soms tepels beschadigd worden door de tandjes van de jongen en niet meer productief zijn, wat nadelig is voor de volgende nesten.
Eigenaardig genoeg hebben voedsters met veel tepels een langere buik, een reden te meer om grote voedsters in te schakelen (een gewicht van boven 1.100 kg). Dieren met Duits bloed kunnen hier veel invloed hebben.
Selecteer naar voedsters met veel tepels, het geeft alleen maar voordelen.
Praktisch gezien levert het tellen van de tepels bij jonge konijnen ook veel problemen op.
Door de dichte pels is het zeer moeilijk om het aantal juist vast te stellen.

De Melk

Onze konijnen geven veel melk. In de topperiode tussen de tweede en derde week bedraagt de melkproductie 200 tot 300 gram per dag. Men realiseert zich dit niet altijd, maar dit is 5 tot 8% van het lichaamsgewicht. Wanneer er meer dan acht jongen aanwezig zijn - wat zeker voor onze tentoonstellingfokker niet aan te raden is, wel voor de productiekweker - neemt de melkproductie niet meer toe. De talrijke jongen moet nu de totale koek verdelen, d.w.z. als ze maar met vier zijn krijgen ze het dubbel.
Bij nog hogere worpen zal er meer sterfte zijn, omdat de dieren ondervoed zijn.
Het is dan ook beter om na de geboorte het nest te inspecteren en de zwakke jongen weg te nemen. Uiteindelijk zal het eindresultaat beter zijn.
Na het zogen hebben konijntjes een dikke buik, ze nemen in een maaltijd 10 % van hun lichaamsgewicht op. De eerste dagen na de geboorte kan men zelfs de melk zien zitten in hun buikje, een witte vlek is zichtbaar door de dunne huid.
Doordat de voedster maar één maal laat zuigen is het absoluut noodzakelijk dat de jongen geen maaltijd overslaan.
Het gebeurt soms ook dat we de jongen in twee of meer nesten terugvinden. Hier moet men de jongen samen brengen in één nest, zodat ze ook samen kunnen drinken zonder een beurt over te slaan. Wanneer de jongen in geen 48 uur hebben gedronken, doordat ze in meerdere nesten verdeeld waren, hebben ze bijna geen kracht meer om nog te zuigen.
Konijnen geven niet enkel veel melk, maar ook rijke melk. De vetten en eiwitten zijn 3 tot 4 maal hoger dan bij koemelk.

De duur van de zoogperiode

De eerste drie weken bestaat de voeding uitsluitend uit moedermelk. Het totale gewicht van de worp na 3 weken geeft dan ook een zeer goed idee over de melkcapaciteit van de moeder. Na drie weken begint de melkproductie af te nemen, om in de 5de week terug te vallen tot minder dan de helft van de maximale productie.
Het verminderen van de melk wordt gecompenseerd door vast voeder, in de meeste gevallen beginnen de jongen het nest te verlaten vanaf de 17-18de dag.
De eerste dagen proberen de jongen de moeder nog lastig te vallen om te zuigen, maar deze laat dit slechts éénmaal per dag toe. Wanneer de jongen te vroeg het nest verlaten wijst dit op te weinig melkgift. De honger en dorst drijft hen zo ver.
Belangrijk is hier dat er voldoende eten en drinken aanwezig is voor de voedster en de jongen.
Wat vers groen kan wonderen doen

Besluit

Het verstoren van de rust door allerhande bezoekers, honden, katten, ongedierte - dingen waarmee de voedster niet vertrouwd is - kan aanleiding geven tot het verwaarlozen van de jongen.
Wat de konijnenmelk betreft deze bevat ongeveer 80 % water. Tijdens de zoogperiode is de behoefte aan drinkwater dan ook zeer hoog. Steeds vers water ter beschikking stellen , ook wanneer men groenvoeder bij geeft.


W de Witte
A. keurmeester konijnen
26. 04. 2003